Kleding

Denk je wel eens na over de kleding die je draagt? Hoe deze kleding is geproduceerd en wat de gevolgen daarvan zijn voor mens, dier en milieu? De meeste kleding komt uit Aziatische lagelonenlanden, waar vaak lange dagen worden gemaakt, onder soms slechte arbeidsomstandigheden. Ook wordt er niet altijd even netjes met het milieu omgesprongen.

Op de goede weg

Milieuvriendelijke kleding raakt in de mode, en ook werkomstandigheden in kleding- en textielfabrieken krijgen steeds meer aandacht. Keurmerken helpen bij het kiezen van kleding die het milieu niet onnodig belast.

Er zijn een aantal keurmerken en labels voor kleding zoals Organic Exchange, Europees Ecolabel en het FairTrade Logo. Tevens zijn er een aantal internationale initiatieven genomen, ILO/ISO en ook vanuit de industrie zelf wordt er wat gedaan, BSCI. Ook zijn er diverse organisaties die eerlijke en duurzame kleding bepleiten: Consumentenbond, Schone Kleren Campagne, Made-By, Fair Wear Foundation. (bron: MilieucentraalAllesduurzaam)

Waar vind ik duurzaam geproduceerde kleding?

Zoals hierboven vermeld zijn er een aantal keurmerken en labels in kleding die garanderen dat de kleding duurzaam geproduceerd is. Er zijn een aantal winkels die zich gespecialiseerd hebben in het verkopen van duurzame kleding.

Kleding

Onder het motto weet wat je draagt, krijg je hier antwoord op al deze vragen en nog veel meer. Zodat je bewuster wordt van de inhoud van je eigen kledingkast. Veel consumenten zijn zich absoluut niet bewust van de kleding die ze dragen. Waar het van is gemaakt, hoe het is gemaakt en wat de gevolgen zijn voor mens, en milieu. Denk bijvoorbeeld aan drinkwatervervuiling door verfstoffen en onvruchtbaarheid van arbeiders die blootgesteld worden aan pesticiden. Veel kledingproducenten weten zelf nauwelijks hoe of wat. Hier wordt meer duidelijkheid en uitgebreide en praktische informatie over veel gedragen textiele stoffen gegeven. Zowel de kleding die volgens de huidige productiemethodes wordt gemaakt als de biologische variant.

Natuurlijk textiel roept een beeld op van zuiverheid en eerlijkheid: een product zoals de natuur het heeft bedoeld. Sommige mensen zullen om deze reden eerder voor natuurlijke textiel kiezen dan voor synthetische en beschouwen het als een verantwoorde aankoop. De textielindustrie speelt hier gretig op in met leuzen als: ‘zuiver scheerwol’ en ‘100% katoen’. Dit is natuurlijk slechts een marketingtruc, het zegt niets over de mate van duurzaamheid.

Definitie textiel

De definitie van textiel luidt: ‘al wat geweven is’. Het is afgeleid van het Latijnse woord texere dat weven betekent. Het is dus garen dat op een of andere manier aan elkaar verbonden wordt en dat kan dus ook door breien, haken of knopen gebeuren. Feitelijk mogen natuurlatex, leer (huid) en bont (huid en haar) daarom geen textiel worden genoemd. Vanuit het menu kunt u informatie vinden over de natuurlijke vezels katoen, linnen, hennep, wol, jute en zijde. We richten ons op het gebruik daarvan voor kleding. Over synthetische vezels kunt u ook op deze website informatie vinden. Natuurlijke vezels kunnen een dierlijke, plantaardige en minerale oorsprong hebben.

* Plantaardig: Cellulose is het hoofdbestanddeel van plantaardig materiaal waarvan een vezel kan worden gemaakt. Te onderscheiden in bastvezels (bijvoorbeeld sisal, kokos, kapok, vlas, hennep jute, ananas etc), zaad (katoen), restmateriaal (turf) en hars uit de bast (natuurlatex uit de rubberboom).

* Dierlijk: dit zijn eiwitten. Haar: wol, huid: leer en haar en huid: bont. Verder is er nog gesponnen draad uit melkeiwitten: rupsenzijde en spinnenzijde. 

* Mineralen: bijvoorbeeld asbest. Dit is een silicaat van ijzer, magnesium en calcium dat soepele vezels vormt die niet kunnen rotten en tevens vuurbestendig zijn.

In principe kan van elke plant (cellulose) een vezel, en dus textiel, worden gemaakt. Maar de ene plant leent zich een stuk gemakkelijker voor de productie, en geeft het resultaat een aangenamer gevoel dan de andere plant. Veel plantenvezels zul je dan ook nooit tegenkomen in textiel of kleding. Planten die je, in zeer geringe mate, zou kunnen aantreffen in textiel zijn ananas, alfalfa, maïs, netel en turf. Turfvezels bijvoorbeeld worden gemaakt van de niet verteerde delen van de stengel van Wollegras, een plantje dat groeit in hoogveengebieden. Deze stengels bevinden zich in de diepere lagen van het veen. In antroposofische kringen wordt beweerd dat turfvezels de levenskrachten van de vroegere, meer vitale, aarde bevatten die een beschermende werking bieden tegen elektromagnetische- en ultraviolette straling. De samenstelling van turf zou een gelijkenis vormen met endogene melanine, ofwel pigmentstoffen in de menselijke huid. Harde bewijzen hiervoor zijn er niet. Maar turf heeft een aantal andere positieve eigenschappen, namelijk: het binden van zweetluchtjes, een ademend vermogen en brandremmende werking.

Andere textiele vezels zijn: spinnenzijde, garnalenschillen en asbest. De laatste is een mineraal, namelijk een silicaat van ijzer, magnesium en calcium dat soepele vezels vormt die niet kunnen rotten en tevens vuurbestendig zijn. Canada is de belangrijkste producent van asbest. Asbest wordt soms in brandwerende kleding gebruikt. Elke branche heeft zo zijn eigen voorkeuren wat betreft de toepassing van (natuurlijk) textiel. Zo worden er in de woninginrichtingindustrie, voor het vervaardigen van vloerbedekking en meubelstoffen, heel andere eisen aan vezels gesteld dan in de kledingindustrie.

Kokos en sisal kunnen resten bestrijdingsmiddelen en motwerende middelen bevatten. Naast natuurlijke vezels zijn er ook chemische vezels. Ruim eenderde van de wereldproductie van textielvezels zijn chemische vezels. Deze vezels kunnen worden onderverdeeld in kunstvezels en synthetische vezels. Kunstvezels zijn vezels van een natuurlijke oorsprong die zijn bewerkt met chemicaliën (zware metalen of zuren) waardoor een nieuw soort vezel ontstaat. Van katoenpulp wordt rayon en acetaat gemaakt en houtpulp dient voor viscose. Synthetische vezels worden vervaardigd op basis van fossiele grondstoffen (petroleumderivaten en dergelijke). Voorbeelden zijn: elastaan, polyamide, acryl, nylon, polyester en synthetische latex.

Biologisch versus gangbaar

Aan het begrip duurzaamheid zijn verschillende aspecten verbonden. Volgens GoedeWaar.nl is een duurzaam product een mens-, dier- en milieuvriendelijk product. Mensvriendelijk wil zeggen dat de werknemers goede arbeidsomstandigheden kennen en dat er sprake is van eerlijke handel. Grote producenten zouden kleine boeren een afzetgarantie en een goede prijs moeten geven voor bijvoorbeeld hun katoen of wol. Handel en arbeid gaan vaak samen: wanneer een boer of leverancier een goede prijs krijgt kan het ook zijn werknemers goed betalen.

Een duurzaam product is ook diervriendelijk: een dier moet in zijn waarde worden gelaten en een omgeving hebben die lijkt op een natuurlijke omgeving. Tenslotte is het van belang om schade aan het milieu zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. De effecten van de productie op het milieu moeten nauwlettend in de gaten worden gehouden. Zonodig moeten gebruikte chemicaliën worden vervangen of afval(water) worden gezuiverd. Biologisch en gangbaar lijken op dit moment twee uitersten van de mogelijke productiewijzen. Met gangbaar wordt gedoeld op de huidige productie van de meeste bedrijven waarin niet of nauwelijks rekening wordt gehouden met duurzaamheid. Bij de productie van een biologisch product wordt dat wel gedaan. 
Bij het vervaardigen van biologisch natuurlijk textiel wordt geprobeerd zo veel mogelijk milieu-, dier- en mensvriendelijk te werken. Een product mag biologisch worden genoemd als aan strenge, wettelijk gestelde normen voor biologische producten is voldaan.

Dat wil onder meer zeggen:

  • dat aan eisen ten aanzien van het milieu wordt voldaan;
  • dat de natuurlijke kringloop zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;
  • dat er geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt;
  • dat er geen chemisch/synthetische geur-, kleur- en smaakstoffen en/of conserveringsmiddelen worden toegevoegd;
  • dat de bodem gezond en vruchtbaar wordt gehouden met biologische compost en
  • dat dieren een goede verzorging krijgen.

Gangbare natuurlijke textiel wordt, afhankelijk van het textiel, met allerlei chemicaliën bewerkt. Van kunstmest en pesticiden bij de teelt, tot chemische verfstoffen, chloorbleek en tientallen andere zogenaamde hulpstoffen bij de veredeling. Al deze chemicaliën zijn belastend voor het milieu, omdat het grootste gedeelte wordt uitgespoeld en in het oppervlaktewater terechtkomt. Maar ook de gebruiker kan van de residuen (in de stof achtergebleven kleine hoeveelheden chemicaliën) hinder ondervinden in de vorm van huidklachten. Met name baby’s vormen een kwetsbare groep. De producent kan naar eigen inzicht een product maken, ongeacht de druk op het milieu: er is geen instantie die ze controleert.

Gradaties

Naast het verschil tussen gangbare en biologische productie van textiel is er ook verschil op het gebied van mens-, dier- en milieuvriendelijkheid tussen gangbare natuurlijke vezels onderling. Gangbare katoen bijvoorbeeld is een grotere vervuiler dan gangbare hennep of vlas (linnen) vanwege de grote hoeveelheid bestrijdingsmiddelen en kunstmest die wordt ingezet tijdens de teelt. Dit wordt nog versterkt doordat het totale aandeel van katoen in de kledingindustrie veel groter is dan dat van hennep. Per textiel zijn diverse gradaties aan te duiden in de milieu- en diervriendelijkheid van het productieproces.

Tussen gangbaar en biologisch liggen vele tussenstappen en het is moeilijk te zeggen wat de beste keus is als biologisch niet voor handen is. Biologische stoffen zijn vaak te herkennen aan een keurmerk. Maar veel (gedeeltelijk) verantwoorde kleding beschikt (nog) niet over een keurmerk omdat het voor de producent te duur is om aan te vragen of omdat (nog) niet alle stappen in de keten biologisch zijn.

Arbeidsomstandigheden vormen een verhaal apart. Het is niet zo dat bij het vervaardigen van een biologische natuurlijke textiel ook vanzelfsprekend goede arbeidsomstandigheden zijn gewaarborgd. Daarentegen kan een gangbare natuurlijke textiel onder goede sociale arbeidsomstandigheden zijn geteeld en vervaardigd. Het hangt voor een groot deel af van het beleid van de producent en zijn leveranciers. In richtlijnen die producenten zouden kunnen hanteren zijn bovendien verschillende gradaties aan te duiden, van minimale waarborging van welzijn van arbeiders tot 100% Fair Trade.

Goede arbeidsomstandigheden zijn geen overbodige luxe in de kledingindustrie. Er zijn behoorlijk wat risico’s verbonden aan bepaalde handelingen. In veel landen zijn zaken als maximale werktijden of de minimale leeftijd van werknemers niet of nauwelijks bij wet geregeld. De bedrijven uit landen waar dat wel goed geregeld is laten het vaak bij de wettelijke regelingen in het land waar ze produceren. Bovendien wordt er weinig toezicht gehouden zodat veel kleding onder erbarmelijke toestanden gemaakt wordt

Voorbeelden

De problemen beginnen bij de teelt waar werknemers met de hand katoen plukken of bloemen bestuiven. In India wordt dat vaak door kinderen gedaan: Volgens de Landelijke India Werkgroep zijn negen van de tien werknemers in de Indiase katoenzaadteelt tussen de zes en veertien jaar oud. Deze circa 400.000 kinderen werken zo’n 12 uur per dag voor minder dan 40 cent.

Bestrijdingsmiddelen tegen insecten, mot en schimmel zijn slecht voor de gezondheid maar er wordt nauwelijks beschermende kleding gedragen bij de toediening ervan. Wanneer vlas en hennep in stukjes uiteen geslagen wordt komt er veel stof vrij: een werkgever zal moeten investeren in dure stofafzuigapparaten om het welzijn van de werknemers te verbeteren.

In spinnerijen en weverijen zitten de mensen vaak uren in dezelfde houding. Ook zijn de ruimtes donker, slecht geïsoleerd en tochtig. Werknemers werken over zonder de mogelijkheid dit niet te doen. Bij weigering dreigt ontslag. Bij het verven en bleken van geweven stoffen worden ook chemicaliën gebruikt die slecht zijn voor de gezondheid. In sommige gevallen staan de werknemers in een chloorbad doek te bleken zonder beschermende kleding. Afvalstoffen stromen met het spoelwater vaak zo de directe leefomgeving in van de lokale bevolking, waardoor niet alleen de werknemers maar ook de bewoners in de omgeving te kampen hebben met gezondheidsproblemen.

Normen

Gedragscodes kunnen in principe betere arbeidsomstandigheden waarborgen. Sommige bedrijven hebben een eigen code maar het ontbreekt vaak aan onafhankelijke controle. Dat is beter geregeld bij een aantal organisaties waarbij bedrijven zich kunnen aansluiten, zoals de Fair Wear Foundation. Maar helaas reiken deze afspraken meestal alleen tot de confectie-industrie. De meeste Nederlandse bedrijven voelen zich niet verantwoordelijk voor de gang van zaken in eerdere fasen van de keten: tijdens de teelt en op de zaadbedrijven, verwerking van de ruwe grondstof, spinnerijen, weverijen en ververijen. Juist daar is op het gebied van arbeidsomstandigheden nog veel te doen.

De basis voor de afspraken wordt meestal gevormd door de ILO-normen. De International Labour Organisation heeft 8 normen opgesteld die de arbeidsomstandigheden zouden moeten vormen voor elke werknemer:

  • Vast arbeidscontract
  • Geen dwangarbeid
  • Geen kinderarbeid
  • Geen discriminatie
  • Vrijheid van vakvereniging en collectieve onderhandeling
  • Leefbaar loon
  • Beperkt aantal werkuren en overwerk
  • Veilige en gezonde werkomstandigheden

Controle

Hoe mens-, dier- en milieuvriendelijk een kledingstuk is geproduceerd hangt af van de fabrikant (merk). Er zijn verschillende instanties die richtlijnen in het leven hebben geroepen, vaak op één bepaald duurzaamheidsaspect, namelijk óf milieu óf arbeid óf handel, om producenten daarbij een handje te helpen. Om er zeker van te zijn dat de richtlijnen ook worden gerealiseerd zijn er controlerende instanties. Bedrijven krijgen een keurmerk wanneer ze voldoen aan de eisen. Er is echter niet één keurmerk dat een totaalbeeld geeft van alledrie de aspecten mens, dier en milieu. Daar wordt wel aan gewerkt, zoals de samenwerking tussen Skal en Max Havelaar laat zien: zij hebben nu ook biologische Fair Trade koffie én sinds kort biologische katoenen sokken.

Er zijn ook allerlei initiatieven die geen keurmerk geven en alleen richtlijnen opstellen. Een aantal bedrijven heeft gezamenlijk een gedragscode opgesteld en er zijn ook bedrijven met eigen beleid en eigen controleurs. Het is voor jou als consument niet altijd even makkelijk een mens-, dier- of milieuvriendelijk bedrijf te herkennen. GoedeWaar.nl vindt onafhankelijke controlerende instanties die een keurmerk geven daarom erg belangrijk. Hier volgen daarom in elk geval de keurmerken die je op kleding kunt tegen komen.

Controle op arbeid

Of een kledingstuk is gemaakt onder goede arbeidsomstandigheden staat er helaas niet met een stempeltje op afgedrukt. Er zijn wel een aantal instanties die richtlijnen hebben opgesteld die producenten bij hun bedrijfsvoering kunnen hanteren. In de meeste gevallen kunnen bedrijven zich daarbij aansluiten en zich laten controleren. Een tip: kijk op de website van het betreffende (kleding)merk of aanbieder of ze melding maken van hun aansluiting bij een van de volgende instanties.

Wil je weten wat anderen schrijven over kleding? Kijk eens op: 

Wakkerdier
Bontwijzer 
Veganisme
Cirfs
Milieucentraal
Demeter
Skal
Ekodirect
Cleanclothes
Pan-uk
Indianet
Modevoormorgen

Aanvullende gegevens