Linnen en vlas

Linnen wordt gemaakt uit vlas. De verwerking van vlas tot linnen is een lang proces dat bestaat uit vele (be)handelingen. Een van de stappen in het proces is het zogenaamde Roten. In China en Oost-Europa worden de bossen vlas in water geroot, door ze in grote bakken onder water te laten, hierdoor raken de rivieren vervuild met organische afvalstoffen.

Wat gaat er goed?

Vlas geldt als een relatief milieuvriendelijke vezel. Bij teveel (kunst)mest wordt het vlas namelijk te lang en te slap. Vergeleken met katoen zijn bij vlasteelt veel minder bestrijdingsmiddelen nodig. De overstap naar biologische vlasteelt is niet moeilijk te realiseren. Biologisch geteeld vlas is in Nederland voorzien van het Eko-keurmerk en wordt geheel zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen geproduceerd. Ook een milieuvriendelijke veredeling van linnen is goed mogelijk.

Waar op letten bij kopen van linnen kleding

Wil je zeker weten dat jouw linnen shirt duurzaam gemaakt is, let dan op of het een Eko-keurmerk bevat. Er is onderscheid tussen het zwart-witte EKO keurmerk van de stichting Skal (bekend van biologisch voedsel) en het duurzame textiel logo van Control Union Certifications (voorheen Skal International): EKO Sustainable Textile. Het keurmerk staat voor 100% ecologische materialen. (bron: Allesduurzaam)

Geschiedenis

Linnen wordt gemaakt uit de vezels van de vlasplant. Het heeft een goed vochtopnemend en vochtdoorlatend vermogen. Velen zullen vooral de nadelige eigenschap opnoemen: het kreukt snel, ook na een anti-kreukbehandeling. Het grote verschil en voordeel in vergelijking met katoen is dat de teelt van vlas milieu- vriendelijker is: er zijn weinig bestrijdingsmiddelen nodig en ook kunstmest is niet noodzakelijk. De overstap naar biologische teelt is dan ook goed te realiseren. Wanneer bij de bewerking van vlas tot linnen ook rekening wordt gehouden met het milieu is er sprake van biologisch linnen. Dit komt echter niet op grote schaal voor. Wanneer je zou moeten kiezen tussen een gangbare katoenen of een gangbare linnen broek is er, op basis van het milieuvoordeel tijdens de teelt van vlas, goede reden om te kiezen voor linnen!

Al in het Stenen Tijdperk werd vlas geteeld in de Nijldelta en bewerkt tot stoffen voor kleding. De Romeinen hebben het gewas in Noord-Europa geïntroduceerd met als gevolg dat het gedurende de middeleeuwen het meest gebruikte textiel werd. Na de 13e eeuw volgden er ook andere vezels uit het Verre Oosten, zoals zijde. Eind 18e eeuw werd er steeds meer katoen geïmporteerd waardoor het gebruik van linnen sterk verminderde. Tot de tweede wereldoorlog heeft de vlasteelt en verwerkende industrie in Nederland, België en Frankrijk een belangrijke rol gespeeld voor de economie. Zo werd er rond 1913 meer dan 120 kilogram vlas in de Belgische rivier de Leie geroot. Dit bracht ernstige vervuiling met zich mee aangezien roten een rottingsproces is waarbij veel organisch afval − afval van de planten − in het water terecht komt. Het roten in de Leie werd derhalve verboden waardoor de vlasnijverheid ten onder ging.

Door de opkomst van de industriële productiemethoden, veranderingen in landbouwbeleid en de opkomst van synthetische vezels kwam de vlasteelt en linnenproductie in een marginale positie terecht.  Vlas leent zich veel minder voor grootschalige industriële bewerking. Vlasvezels zijn erg stug waardoor speciale machines nodig zijn. Bovengenoemde factoren maken van linnen een duur en marginaal product, vaak teruggevonden in het segment van de duurdere, exclusieve kleding.

Productie

Vlas treffen we aan in twee variëteiten: olievlas en vezelvlas.

Olievlas wordt gebruikt voor de productie van o.a. lijnolie, dat op haar beurt weer dient als grondstof voor verf, vernis en linoleum, maar ook voor diervoeding.
Linnen wordt gemaakt uit de vezels die zich rondom de houtachtige kern in de stengel bevinden. De plant is de eenjarige wit- of blauwbloeiende vlasplant (Linum ussitatissimum). Na de oogst wordt het vlas in bundels bij elkaar gezet om te drogen. In een stengel bevinden zich dertig tot veertig vezelbundels die vijftig tot honderd cm lang kunnen zijn. Ze bestaan uit cellulose en worden bij elkaar gehouden door pectine.

Vlas wordt overigens ook gebruikt voor het vervaardigen van spaanplaat en touw. Vlas kent zodoende veel toepassingen! In de verschillende stadia van de productie komt elke keer een deel van de plant vrij, dat voor iets gebruikt kan worden. Het zaad kan o.a. gebruikt worden voor zaaigoed, diervoeding en productie van linoleum.

Repelen: zaad wordt gescheiden van het stro. Dit gebeurt nu op het land vóór het roten, waardoor de repelbedrijven in Nederland zijn verdwenen. 

Roten: Door een rottingsproces met water vallen de bundels uit elkaar en komen de vezels uit het stro beschikbaar. Dauwroten kan vóór en na ontzading. (Vóór geeft zaadverlies doordat het zaad kan gaan ontkiemen op het veld.) 

Dan volgt een reeks van mechanische bewerkingen.

De eerste bewerking is het braken. Daardoor wordt de houtpijp, die binnen de vezelbundelring is gelegen, in korte stukjes van 1 à 2 cm lengte gebroken. 

Zwingelen: in een zwingelturbine wordt het hout van de vezels gescheiden. Hout wordt voor spaanplaat gebruikt. Van de onbruikbare (korte) vezels (of lokken) wordt touw gemaakt. De lange vezels worden in balen geperst. Opbrengstverhouding lange vezels en lokken is normaliter 1:1, in een slecht jaar 1:2. 

Hekelen: lange vezels over kammen trekken om klaar te maken voor spinnerij. Net als bij zwingelen komt ook hier een ‘restproduct’ vrij: hekelsnuit. Deze kan worden versponnen in een natspinnerij en heeft weer een hogere prijs dan lokken. Hekellint is het resultaat van het spreiden en bundelen van lange vezels in bossen.

Een eventuele tussenbehandeling van lokken, hekelsnuit of hekellint is hetcottoniseren. Doel is om pectine, lignine en eiwitten te verwijderen zodat er, net als katoen, 90% van de vezel uit cellulose bestaat. Deze worden gebruikt in de mengspinnerij waar vlas wordt vermengd met katoen of synthetische vezels tot menggarens. 

Spinnen: Dit kan nat (gladde, glanzende rekbare garens) of droog (ruw en grof). 

− Het garen wordt geverfd.

Dan wordt er doek geweven. Kan in principe op alle typen weefgetouwen, maar het is moeilijker doordat vlasgarens stugger zijn en makkelijk breken. 

− Er vindt nabehandeling plaats: verven, bedrukken, krimpvrij, brandvertragend, waterafstotend en kreukvrij maken. 

− In de confectie wordt er een kledingstuk van gemaakt.

De wereldproductie van vlasvezels schommelt nogal. Het heeft gemiddeld een omvang van 650 ton per jaar en neemt in de totale kledingproductie een bescheiden plaats in van 1%. Tweederde van de totale vlasproductie vindt plaats in China en eenderde in Europa. Frankrijk is met 35% van de Europese productie het grootste vlasproducerende land binnen Europa. De voormalige oostbloklanden produceren samen zo’n 45% van het Europese vlas.

Ook de vlasverwerkende industrie bevindt zich in China en Europa. België, vroeger een belangrijk vlasproducerend land, neemt een grote rol in de productie van vezels en draden. De verwerking tot textiel en kleding gebeurt met name in China. De vlasteelt in Nederland richt zich in de eerste plaats op de productie van kwalitatief goed zaaigoed. Pas op de tweede plaats komen de vlasvezels voor de textielmarkt. 

Het logo ‘Masters of linen’ staat garant voor kwaliteit en biedt bescherming tegen namaak. Het label is ontwikkeld door de overkoepelde organisatie van Europese vlasproducenten, spinnerijen en weverijen en is te vergelijken met het ‘Woolmark’ van de wolindustrie.

Milieu

Vlas geldt als een relatief milieuvriendelijke vezel. Bij teveel (kunst)mest wordt het vlas namelijk te lang en te slap. Vergeleken met katoen zijn bij vlasteelt veel minder bestrijdingsmiddelen nodig. In de gangbare vlasteelt werden vroeger nog chemische onkruidbestrijdingsmiddelen (bentazon en lenacil) en insectenverdelgers (parathion) gebruikt, maar deze zijn inmiddels niet meer toegestaan.

De overstap naar biologische vlasteelt is niet moeilijk te realiseren. Bestrijdingsmiddelen kunnen achterwege worden gelaten als het onkruid mechanisch wordt bestreden en insecten worden verjaagd door gewassenrotatie en gebruik van voor hen vijandige diersoorten. Biologisch geteeld vlas is in Nederland voorzien van het Eko-keurmerk (zie: controle) en wordt geheel zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen geproduceerd. De verwerking van de vlasvezels gebeurt dicht bij huis, in Nederland en België. Ook in Duitsland wordt biologisch vlas verbouwd volgens de IFOAM-richtlijnen.

De verwerking van vlas tot linnen is een lang proces dat bestaat uit vele (be)handelingen. Het roten kan op verschillende manieren. Dauwroten is daarvan de meest milieuvriendelijke, de stengels worden in bossen op het land gelegd.
In China en Oost-Europa worden de bossen in water geroot, door ze in grote bakken onder water te laten. Dit is in Europa reeds lange tijd verboden omdat rivieren vervuild raken met organische afvalstoffen.

De veredeling (het sterker en mooier maken van de stof al naar gelang de eisen van de gebruiker) van linnen is te vergelijken met katoen. Er wordt gebleekt, geverfd, kreuk- en krimpvrij gemaakt. Hierin zijn verschillende mogelijkheden en gradaties, afhankelijk van de fabrikant. Een specifieke op vlas toegepaste veredelingstechniek is het ‘cottoniseren’. Hierbij wordt het cellulosegehalte van de vlasvezel langs een chemische of mechanische weg opgevoerd tot een gehalte vergelijkbaar met katoen. Op die manier kan het ook gemengd worden met katoen.

Alternatief

Zoals gezegd is het goed mogelijk biologisch vlas te telen. Ook een milieuvriendelijke veredeling van linnen is goed mogelijk. De stof wordt dan eerst voorgewassen in een alkalinebad om onzuiverheden te verwijderen en de stof zachter te maken. Door koken kunnen variaties worden aangebracht in de natuurlijke kleur van linnen. Bleken kan, net als bij biologische katoen, met waterstofperoxide. Verven kan met zowel synthetische reactieve of plantaardige kleurstoffen.

Aanvullende gegevens