Verpakking

Iedere Nederlander opent per dag gemiddeld zeven verpakkingen. Dit leidt tot een behoorlijke berg afval, die getransporteerd, geproduceerd en verwerkt moet worden, het liefst zonder schadelijke bijproducten.

(bron: Milieucentraal (November 2012) Verpakkingen

Duurzaamheidwaarden van verpakkingen zijn niet eenduidig te beoordelen. Het is te gemakkelijk om te beweren dat alle verpakkingen in principe overbodig zijn. Verpakkingen hebben n.l. ook een conserverende waarde en kunnen zorgen dat er minder afkeur in productieprocessen plaatsvindt. Door de ontwikkeling van bijvoorbeeld ′slimme′ verpakkingen, zoals folie met lasergeperforeerde gaatjes, wordt verspilling van levensmiddelen en energie voorkomen door een langere houdbaarheid. Voor consumenten speelt daarbij mee dat verpakkingen kunnen bijdragen aan voedselveiligheid en gebruiksgemak.

Zolang de waardetoevoeging van de verpakking in evenredigheid zorg draagt dat de waarde van de inhoud in stand gehouden wordt, is deze waardetoevoeging gerechtvaardigd. Men zal zich dan bij het ontwerp van de verpakking wel aan een aantal basisregels moeten houden, zoals:

  • Het verbruik van grondstoffen en energie voor verpakkingen zal voor alle bedrijven in de keten minimaal moeten zijn.
  • Transportkosten (volume en gewicht) mogen door de verpakking niet onevenredig toenemen
  • De gebruikte basismaterialen van de verpakking zullen gelijksoortig en makkelijk te scheiden moeten zijn voor hergebruik of recycling
  • Afgedankte verpakkingen moeten ecologisch verantwoord afgebroken kunnen worden.

Marketing voegt echter ook wel waarden aan verpakkingen toe, die niet direct bijdragen aan het voorkomen van waardevermindering van de inhoud, maar vooral tot doel hebben de consument te verleiden tot aankoop. Producten zijn per definitie niet duurzaam wanneer niet aan de behoefte van de consument voldaan wordt, omdat ze vroegtijdig vernietigd moeten worden, eventueel na een kortstondig gebruik. Een goed voorbeeld hiervan zijn geschenkartikelen die als enig doel hebben om cadeau gedaan te worden, zonder een duidelijke gebruiksbehoefte. Ook zgn. duurzame geschenken voldoen helaas vaak aan deze kenmerken. In dat geval kan iedere toevoeging, waaronder de verpakking, als verspilling aangemerkt worden. (bron: Rabobank (2004) Een goede verpakking is het halve werk)

Verpakken en duurzaamheid

Een beoordeling van producten op duurzaamheid slechts op component- of ingrediëntniveau is onvolledig, omdat ook de verpakking en de prestaties van de waardeketen van belang zijn. Immers alle bedrijven, die betrokken zijn bij het tot stand komen van het aanbod in de winkel, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het creëren van duurzame waarden. Zij leveren als een keten aan elkaar verpakte (deel-)producten om beschadigingen of bederf te voorkomen. Bij lokaal gelegen bedrijven kunnen verpakkingen gemakkelijker herbruikt worden voor de volgende levering. Als componenten echter uit verder gelegen gebieden moeten komen, wordt dit al moeilijker.   

Consumentenverpakkingen worden over het algemeen niet meer herbruikt. Statiegeldregelingen zijn kostbaar en hebben vooral tot doel om recyclingstromen gescheiden te houden zoals bijvoorbeeld bij PET-flessen. Er zijn gelukkig ook goede voorbeelden, zoals hervulbare glazen flessen en containers voor bloementransport, waarbij echt van herbruik sprake is. Soms zijn alternatieven toch te verkiezen, zoals bij wijn uit een bag-in-box, waarbij tijdens transport zowel op volume en gewicht bespaard wordt en na gebruik het kunststof (zonder Aluminium) en karton gescheiden voor recycling aangeboden kan worden. (bron: Wikipedia (November 2012) Petfles), Doe mee met afval (November 2012) Glas over deze afvalstroom), Foodlog (2009) Wie is er tegen het pak)

De kunst van het weglaten

Het toevoegen van extra waarde aan de verpakking kan alleen duurzaam zijn, wanneer deze de consument extra informeert, ondersteunt of beschermt bij de keuze, gebruik of bewaren van het product gedurende de gebruiksduur. Bij veel productgroepen worden de verpakkingen echter veel eerder afgedankt.  Men zal zeker voor deze producten bewuste keuzen moeten maken en het toevoegen van extra waarden zoveel mogelijk moeten zien te voorkomen. Men moet hier denken aan geen grotere verpakkingen dan nodig (cosmetica), het niet gebruiken van materialen die zich moeilijk laten hergebruiken of recyclen, of verpakkingen die onevenredig veel energie of grondstoffen vergen door complexiteit.

Er zijn ook producten die zonder verpakking moeilijk te gebruiken zijn. Men kan hier denken aan tandpastatubes of naaigaren. Bij softzeeppompjes of aanstekers zijn bijvoorbeeld argumenten aan te voeren, dat alternatieven (blok zeep of lucifer) veel minder complex zijn en daardoor een hogere duurzaamheidswaarde hebben. De keuze voor deze alternatieven wordt echter zowel door de detailhandel als de consument bepaald, daar de eerste inkoopt wat de ander wil kopen. Wanneer men meer kan verdienen aan niet-duurzame producten, zal men het aanbod van simpele duurzame alternatieven beperken om het gedrag van de consument te beïnvloeden. Hoewel het imago van duurzame producten is dat deze duurder zijn, kan ook het tegenovergestelde beweerd worden. Immers minder energie, minder grondstoffen, minder afval, minder productieprocesstappen en minder kapitaalintensieve verpakkingsmachines zouden ook meer economische producten kunnen opleveren. De kunst van het weglaten zal uiteindelijk leiden tot de meest duurzame verpakking. (bron: Ir Anneloes Cordia (2003) Praktijkhandboek innovatiemanagement)

Voorbeeld

Thee is een product, waarbij de liefhebber zweert bij losse thee om in een thee-ei te doen. Maar ook losse thee zal toch het liefst in blik verpakt moeten worden. Hoewel losse thee in een recyclebaar blik wellicht duurzamer en economischer is dan een theezakje, prefereren consumenten vaak het theezakje. Het argument is dat het gebruik eenvoudiger is en men het theezakje gemakkelijker kan weggooien in de gft-bak zonder extra waterverbruik. Het conventionele theezakje is voorzien van een touwtje en een labeltje omdat men anders het zakje met bijvoorbeeld een vork uit de theepot moet verwijderen om de vorming van ongewenste stoffen te voorkomen.

De extra waardetoevoeging wordt vooral gewaardeerd in toepassingen buitenshuis of bij het bereiden van thee in een kop. Het papier van het zakje is meestal goed composteerbaar, terwijl dit minder van toepassing is op de nietjes, plakkertjes, touwtjes en labeltjes. Zeker thee in aluminium roerstaafjes of nylon piramide zakjes verslechteren de mogelijkheden om theezakjes bij het gft-afval te deponeren. Het gebruik van deze extra materialen is ook minder duurzaam, omdat deze niet gemakkelijk gescheiden aangeboden kunnen worden voor verdere afvalverwerking. Beter is om alle gebruikte materialen te verruilen voor composteerbare materialen en minder componenten te gebruiken. Deze varianten zijn echter nog niet in productie. De vraag van de consument zal deze ontwikkelingsrichting moeten afdwingen, omdat fabrikanten er nu vanuit gaan dat hier geen marktvraag voor is. Een latente behoefte kan echter alleen geactiveerd worden wanneer alternatieven voorhanden zijn. (bron: Digitale School (2005) Thee zetten en presenteren), ROVA (November 2012) Gft (Groente-fruit-en tuinafval), Wikipedia (November 2012) Theezakje), Recycling Platform (November 2012) GFT afval)

Economie en omgeving

Gelukkig kan ook de overheid een bijdrage leveren door randvoorwaarden te stellen naast de Europese regelgeving. Producenten zijn sinds een aantal jaren zelf verantwoordelijk voor het beperken van de hoeveelheid verpakkingen. De overheid eist in het Verpakkingenbesluit dat een bepaald percentage moet worden gerecycled en hergebruikt. Bovendien heeft de Nederlandse overheid een verpakkingsbelasting ingevoerd. Hoewel de administratieve lastenverzwaring mogelijk niet opweegt tegen de milieuwinst, kan het ondernemers wel motiveren om andere verpakkingsbeslissingen te nemen. Het afwentelen van deze lasten naar de consument is in ieder geval niet het oogmerk geweest (zie ook: Kassa, aflevering 2 juni 2008). Een voorbeeld is dat het gebruik van bioplastics binnen deze regelgeving gelijk getrokken wordt met papier en karton. Voor de productie van gerecycled papier en karton is veel energie en water nodig. Dit verschilt niet zo veel met de productie van nieuwe grondstof, maar hierdoor wordt wel houtkap voorkomen. Voor de productie van bioplastics is veel minder water nodig en daarnaast kunnen deze geproduceerd worden uit reststromen van de voedselindustrie. Dit is te verkiezen boven bioplastics die vervaardigd worden uit nieuwe gewassen, omdat deze in competitie zijn met voedselproductie met alle mogelijke gevolgen voor het milieu bij ruimtegebrek. (bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2009) Verpakkingen algemeen), Jaap Blokker (2008) Verpakkingstax is wanproduct), Youtube (2008) Stripshoppen), Milieucentraal (November 2012) Schrijf-en kopieerpapier)

Ook het monitoren van productieketens aan duurzaamheidcriteria kan verhelderend werken. Enerzijds kan het direct inkopen bij de bron naast kostenbesparingen ook een betere controle geven op de duurzame waardetoevoeging van toeleveranciers. Anderzijds ziet men ook negatieve gevolgen doordat multinationals hierdoor de totale keten beheersen en zo ook politieke en sociale macht naar zich toetrekken. Op dit aspect zijn anti-globalisten actief. Het vergroten van winstaandeel zal mogelijk voor multinationals die direct inkopen bij de bron, een belangrijker motief zijn dan de verhoging van duurzaamheid. Alleen wanneer deze extra winsten geïnvesteerd worden in een verdere verduurzaming van de lokale economie en niet via financiële constructies onttrokken worden, kan dit een verstandige keuze zijn. Voor de consument zijn deze nuances echter nog moeilijk te doorgronden. (bron: Wikipedia (November 2012) Antiglobalisme)

Tips

Milieu Centraal adviseert om niet al het afval in één prullenbak gooien, maar zoveel mogelijk materiaal gescheiden in te leveren. Dat stimuleert het hergebruik van verpakkingen. (bron: Milieu Centraal (November 2012) Kunststof)

Ook zal men geen onnodige verpakkingen moeten accepteren. en kleinverpakkingen (één- of tweepersoons) moeten vermijden. In de supermarkt zijn vergelijkbare producten soms heel verschillend verpakt. Kauwgom is bijvoorbeeld te koop als losse pakjes, maar ook als drie of meer pakjes samen met een cellofaantje eromheen. Wie minder wil vervuilen, kiest voor de eenvoudigste verpakking. Alle beetjes helpen!

ir. Anneloes Cordia

 

Aanvullende gegevens